Mensen
Het jongste ras, tegenwoordig ook het talrijkste. De Mens heeft Caege uit handen genomen van de Dwergen en de Elfen. Van beide culturen hebben ze alles overgenomen wat hen nuttig leek : structuur en werktuigen van de Dwergen, magie van de Elfen.
De Mens streeft korte-termijn doelen na en is veelal gedreven door macht of wellust; hoewel hij soms daden van genade of zelfoppofering kent. Van alle rassen is de Mens de meest onvoorspelbare.
Mensen lijken zich aan te passen aan hun omgeving, mentaal maar ook fysiek. De plaats waar ze geboren worden bepaald voor een groot deel wie en vooral wat ze zijn, van de vroomste Castaan tot de ruwste Teutoon. Allen hebben gemeenschappelijke trekken, toch zijn ze allemaal totaal anders. Elke Mens lijkt in staat haast goddelijke daden te verrichten en toch lijken ze allemaal tot het ergste in staat. Mensen leven volgens een stel regels die heel variërend is al naargelang waar ze vandaan komen.
De grote verscheidenheid en de verschillende structuren uiten zich in het bestaan van naties. De wankele vrede tussen deze naties wordt constant in gevaar gebracht door verschillende opvattingen over religie of door de persoonlijke ambities van de politieke leiders. Mensen hebben naast de traditionele groepen waartoe ze behoren zoals het gezin, de stad of de natie altijd behoefte zich te verzamelen in groepen die schijnbaar eenzelfde doel nastreven. Een aantal van deze groeperingen zijn volstrekt legaal zoals gilden of handelaarsverenigingen, anderen hebben een duistere kant zoals dievengilden of erger.